Terug Home

VERHALEN

 

 

HET EINDE VAN SINTERKLAAS

 

De Bouwdoos van mijn V200 luidde definitief het einde in van het geloof in die goede man

De droom spatte uiteen door het 39,90 gulden kostende bouwpakket Märklin 3921 van de

Deutsche Bundesbahn V200 027  Raargenoeg Staat in de metalen wagenkast op twee bordjes te lezen: Märklin en 3921. Hoe knullig. Maar wie maalde daar in de 60ties om?


   

Het einde van mijn rotsvaste geloof in Sinterklaas is ook de schuld van mijn treinenhobby.

Mijn vader was een schoenlappers zoon, zeg maar "De" All Bundy van Rotterdam Kralingen. In mijn idee hadden we het goed. Maar eigenlijk had mijn vader geen cent te makken. Wel hadden we vrij vroeg een auto (de tweede van de straat) en een zwart wit tv met één kanaal! Een trinhobby met locomotieven vanag 19 gulden nieuw in doos was haast een onhaalbare zaak. maar toch had ik een treintafel die mijn vader met buurman "oom Pie" op schragen (die ik nog heb)  had gebouwd. Om de prijzen te drukken had Märklin ook goederen wagons in bouwpakketjes op de markt gebracht en dan kostte zo'n wagon ineens 2,75 gluden in plaats van bijna 5 gulden!!.

 

Helaas vond ik drie dagen na Sinterklaas het doosje in de kast en het doosje van de welbekende Faller dorps molen met de bijbehorende lijm. Mijn vader heeft me nog getracht uit te leggen dat hij samen met Sinterklaas de bouwpakketten heeft zitten plakken. Tot op de dag van vandaag twijfel ik daar aan. Zeg nu zelf als er lijm komt aan de handschoenen van de Sint of erger lijm in zijn baard..... Nee het was en blijft ondenkbaar......

Toch komt de Sint nog wel eens in Stameldam langs hij geeft dan aandeze opa cadeaus voor de trein van de kleinzoon. Maar als er iets te bouwen is.... dan plakt opa dat zelf of met de hulp van Rob want de Sint.........

 

 

 

 

OVER STAMELDAM

 

 

Als dank omdat de Stameldammers de strijd tegen de sterke legers van Negorij hadden gestreden verleende Prins Alex von Wartenfurt II van het roemruchte klein vorstendom Vazallia, verleende Stameldam op 20 november 1653 stadsrechten. Daarna groeide Stameldam voorspoedig en op de drie schiereilanden in de delta van de rivier de Stamel ontstonden drie verschilleStameldam, een vriendelijke grote stad aan de rivier de Stamel.

In 1408 door vissers als overslagplaats gesticht. Om het vervoer over water te bevorderen werd de rivier de Stamel afgesloten door middel van een aarden dam. Rondom die dam werd al snel veel handel gedreven. Snel ontstond er huizen, een kroeg en natuurlijk een kerk. Vanwege deze plaats rond de dam in de Stamel werd het plaatsje Staemeldame genoemd. Later rond 1661 nadat de Negorijers de plaats 3 maanden, tevergeefs, hadden belegerd werd de naam “Stameldam” voor het eerst gebruikt. Nadat de Negorijers verslagen waren werd op 2-2-1662 om twee uur twee een wapenstilstand gesloten. Op 3-3-1663 om drie over drie werd op een oud visserschip, de “Stameldiep”, de vrede van Stameldam gesloten. De grenzen van davistan werden daarbij definitief vastgesteld. Van af dat moment werd Davistan een zelfstandig klein vorstendom. Tegenwoordig wordt er handel gedreven met de drie buurlanden: Negorij, Belgonië en Morgalië. Nu hebben de vier landen een sterke alliantie gevormd onder de naam groot DaBeNeMor. Samen voeren ze de eenheidmunt de Walg (Weer Andere Leuke Geldstroompjes) Een Walg is onderverdeeld in 100 grubels. (een bekend spreekwoord is dan ook: Beter 1 grubel in de hand dan met één walg schuld door het land.)

 nde woongemeenschappen. Het eerste dicht bebouwde deel is de oude stadskern. De woningvoorraad bestaat uit hoogbouw van rond 1900. Nauwe straatjes en weinig buitenruimte. Winkeltjes en kantoren completeren het geheel. De oude vissershaven die later ook lang als overslaghaven werd gebruikt is slechts nog van marginaal vervoer van dienst. De oude havengebouwen staan er verlaten bij. Ze worden nu tot studenten en sociale woningen omgebouwd. In ditoude centrumdeel is ook een levendig uitgaansleven. Bruine kroegen, yuppen tenten, nachtclubs en bioscopen zorgen voor een gevarieerd soort vertier. Ook de toeristen vinden hier gezellige goedkope of dure luxe hotels in ditstadsdeel.

 

links

Een plaquette van de strijders is op het SgtDave plein te vinden

 

Het west deel van de stad is het deel waar vroeger een groot bos was. Nu is de wijk voorzien van luxe villa’s. De naam herinnerd nog aan het verleden. Het is de wijk Park en Bos. In het Noorden net iets uit het centrum ligt de Stationswijk. Dat is de wijk die zich rond het Station bevind. In 1887 werd Stameldam namelijk op het landelijke Daveriaanse spoorwegnet aangesloten. Het is dan ook op het centrum na de oudste wijk van de stad. In 1920 kwam dit stads deel goed tot leven tijdens de gouden jaren van Davistan. Kort hierna werd ook de rest van het Stameldamse grondgebied volgebouwd. Dit deel Stameldam - Het muffe werk is in het Oosten te vinden. Hier trok de industrie naar toe. Vanwege de luchtvervuiling is zijn de laatste Oezoeboezoe’s een beschermde diersoort geworden waar niet meer op gejaagd mag worden. Ook het zij riviertje van de Stamel de Brokko Mokko heeft last van de industrie waardoor de visstand ernstig is terug gelopen. De grof geschubde Warg is dan ook haast niet meer te vangen voor de gemiddelde sportvisser.

Inmiddels heeft Stameldam 263.216 inwoners. Er is slechts een minieme werkeloosheid onder de beroepsbevolking. Om het milieu niet verder te belasten is er een sterk netwerk van openbaar vervoer tot ontwikkeling gekomen. De dTm heeft dan ook een minderheids belang in alle busdiensten die Stameldam aandoen, en een 10% belang in de aanbestede spoorlijnen van de nationale Daveriaanse Spoorwegen. Dit laatste bedrijf wordt door de NS geëxploiteerd voor rekening van de DS. Ook is er een tramnet. Vroeger een net van 12 lijnen maar nu door de komst van Randstad rail en de Metro drastisch ingekrompen tot 3 tramlijnen en twee aanvullende tramdiensten als hieronder vermeld.

 

Het lokale net bestaat uit:

Metro lijn 01Blauwelijn Schriep en Piep - Muffe Werk – Centrum – Park en Bos Oost – Bronplein - Lange Werk

Metro-RR lijn 02 Rodelijn  CS Stationswijk - Burgplein - Park en Bos West - 

Lange Werk

Metro lijn 03Groenelijn Stationsbuurt - CS - Demipark

Metro lijn 05Paarselijn Demipark - Randweg - Industrieel - Muffewerk

 

Tramlijn 04 Centrum – CS - Stationswijk – Park en Bos Zuid

Tramlijn 07 Het Muffe Werk – CS - Stationswijk – Park en Bos Zuid

Tramlijn 09 Centrum – Stationswijk - CS – Het Muffe werk

Tramlijn 10 Historische lijn Centrum – CS – Park en Bos Noord – Centrum

Tramlijn 11 Speciale gelegenheden (voetbal extra's kermis enz)

Buslijn 38 Centrum – CS – Stationswijk – Centrum

Buslijn 42 Muffewerk - Lange werk - Onbestuurbaar - Bus depot

Alle lijnen hebben overdag een 15 minuten dienst in de spits een 10 minutendienst en in de uren na 19:00 een 20 minuten dienst. Na 23:00 uur rijden er geen bussen, Randstadrail en geen trams op lijn 7. Tot 01:00 uur wordt er op de overige lijnen een 30 minuten dienst gereden.

Lijn 10 rijdt op speciale dagen

In de wijk Centrum is de remise van de StaTraFan (Stameldamse Tram Fanaten) met een deel van de door haar beheerde historische collectie gevestigd

Het andere materieel is in de wijk Het Muffe Werk in de hoofdlijnwerkplaats Schriep en Piep ondergebracht.

Het materieel is afkomstig van de Rotterdamse zusterstad van Stameldam. Het is een bonte collectie van ex-RET voertuigen die door de werkplaats Schriep en Piep in goede conditie wordt gehouden. De voertuigen rijden in de originele Rotterdamse kleuren rond, Er is zelfs derde hands Weens – Rotterdams materieel in de Stameldamse winterspitsdienst te zien.

Bij het Centraal Station is een eenvoudige onderhoudsplaats van de NS/DS aangelegd waarbij noodzakelijk onderhoud kan worden gedaan. Ook kunnen er treinstellen gedurende de nacht “overblijven”. Het goederen vervoer is teruglopend en word door de dTm, DS en NS verzorgd.

 

Stameldam is de derde stad van Davistan. De grootste twee steden van Davistan zijn Dasniegoezo en Teveel

De stad is onderverdeeld in:

- Het Centrum Noorthrand

- Suitrand

- De stadsdelen : Park en Bos Noord               

- De Stationswijk

- Het Muffe werk

- De deelgebieden Schriep en Piep

- Onbestuurbaar

- Ontwikkelgebied De Uitpost

- Park Bos en Zuid

- Burg Buurt

- Datra

- Het Lange Werk

 

GEDICHT 1

 

Echtpaar in de Trein 

 

Met de allerliefste in een trein
kan aangenaam en leerzaam zijn.
De prachtigvormgegeven stoel
geeft allebei een blij gevoel.
 

 

Voor ‘t verre reisdoel kant en klaar

zit ik dus tegenover haar.
De trein maakt zijn vertrouwd geluid
en zij rijdt vóór-, ik achteruit.
 

 

We zien dezelfde dingen wel,
maar ik heel traag en zij heel snel.

Zij kijkt tegen de toekomst aan,
ik zie wat is voorbijgegaan.
 

 

Zo is de huwelijkse staat:
de vrouw ziet wat gebeuren gaat,
terwijl de man die naast haar leeft

slechts merkt wat zijn beslag al heeft. 

 

Van nieuw begin naar nieuw begin
rijdt zij de wijde toekomst in,
en ik rij het verleden uit.
En beiden aan dezelfde ruit

 


GEDICHT 2

 

Breien in de tram


Mijn tante Fem uit Doetinchem,
die zat te breien in de tram
met pennen en een kluwen.
Ze breide iets van roze wol.
De tram was vol, ontzettend vol,
‘t was dringen en ‘t was duwen.
Een man riep tegen tante Fem:
Zit niet te breien in de tram!

Da's altijd af te raden!
Omdat u mij met pennen prikt
en kijk, we raken nog verstrikt
in al die wollen draden!
Maar o, het was alweer te laat!
Daar zat die man al in de draad

met allebei zijn hielen.
En nog een heer en nog een heer.
Ze konden niet meer heen of weer.
Ze struikelden en vielen.
De conducteur, die nam een duik,
maar kreeg ook draden om zijn buik
en ging de boel verwensen.

Men spartelde en schreeuwde hard.
Ze raakten in de wol verward,
de tram en alle mensen.
Nu staan ze daar op het Rokin
en niemand kan er uit of in.
De tram is ingesponnen.

Nou knippen ze dus met een schaar
de hele boel weer uit elkaar.
Ze zijn eraan begonnen.
Maar ja, het is een hele last
want alles zit met draden vast.
Het is de schuld van tante Fem.
Wie breit er nou ook in de tram?

 


 

VERHALEN

 

Een verhaal van mijn vader 1921-1999.

 

Overstappen

 

Ik heb een vriendinnetje op de boerenzij gehad. U weet wel de overkant van de Maas. Op Zuid dus. Voor mij was dat niet de ideale overstap van lijn 17 en lijn 2. Als ik dan in lijn 17 zat zag ik vaak lijn 2 waarop ik moest overstappen voor mij uit rijden. Heel vervelend want als je naar je vriendinnetje tot wil, dan heb je haast. Bovendien was de halte Blaak nu net niet een van de gezelligste.

Als ik lijn twee voor mij uit zag rijden ging ik bij de treeplank op scherp staan. Vaak gebeurde het dat de conducteur mij dan weg stuurde maar het lukte me ook wel, om als de tram vaart minderde voor de wissel naar de aftakking met de rare slinger rond het Witte Huis, uit de tram te springen. Ik zette dan een sprintje in en rende de tram voorbij. Om dan in volle vaart de tramwagen van lijn 2, al rennend, in te halen en er in te springen. Ik kreeg dan altijd op mijn donder van de conducteur die ik dan braaf gelijk gaf. 

Hij zette me toch niet uit een rijdendetram.

Op een dag was het weer zo ver. Bij de halte van Gerzon zag ik lijn 2 al net voor, de lijn 17 waarin ik zat, rijden. De conducteur van mijn tram was een klein kalend mannetje. Hij had me al een paar keer met zijn priemende oogjes aangekeken. Ik deed net of hij niet op het open midden balkon stond.

Tram 17 minderde vaart voor de wissel waar ook de voor ons rijdende tram van lijn 2 vaart voor had geminderd.

Ik sprong van de treeplank en rende zo hard ik kon. Ik was de tram waar ik uitgesprongen was voorbij gerend en ik zag dat ik lijn 2 zienderogen inhaalde. Ik keek naar de grond terwijl ik zo hard als ik kon naast het spoor rende. Op een gegeven moment keek ik weer opzij en zag de treeplank. Tevreden sprong ik er op. De adem gierde door mijn keel. Plotseling hoorde ik een stem naast me: “Zo jongeman doet u dat altijd?” Ik keek opzij. Tot mijn verbijstering zag ik de kleine kalende conducteurtje van de tram waar ik uit gesprongen was. Ik keek naar het kartonnen lijn bord boven de uitgang en zag tot mijn afgrijzen dat ik weer in de zelfde lijn 17 zat als waar ik uitgesprongen was. Kennelijk had de tram terwijl ik al rennend naar de grond gekeken had weer wat meer vaart gekregen en had mij op zijn beurt weer ingehaald en ik… ik was er stom genoeg gewoon weer ingesprongen. 

 

Een verhaal over mijn vader

 

Tramlijn 22 versus mijn vader. 

 

Mijn vader was een openbaarvervoer hater. Hij was één van de eerste autobezitters bij ons in de straat. Er is toch één memorabel ogenblik waardoor hij definitief nooit meer in het openbaar vervoer is gestapt. Ik zal het u vertellen. Het was in de tijd dat de vierassers, de Allans tramstellen en de Schindlers het stadsbeeld nog bepaalden. De metro bestond nog niet en toen was geluk nog heel gewoon. Mijn moeder gaf mijn vader een stempelkaart mee. U moet namelijk weten zijn auto stond bij de reparateur. Die stempelkaart was de voorloper van de strippenkaart. Je moest de kaart in de automaat stoppen en die stempelde het ding en hakte er bovendien ook nog een hoekje af. Zodoende kon steeds weer het volgende vakje afgestempeld worden.Mijn vader stond netjes te wachten bij de halte van tramlijn 22 op de Vlietlaan in Rotterdam Kralingen. Hij stak zoals het bij een “stopt op verzoek” halte hoort zijn hand uit om aan te geven dat hij mee wilde rijden. De “kleine” Schindlertram, van de serie 1-15 stopte. Mijn vader wilde instappen. Maar de conducteur deed de deur niet open. Hoewel hij nog tegen het raampje tikte waarachter hij de conducteurs plaats vermoedde bleef de deur dicht en de tram vertrok. Bij de tweede tramwagen van lijn 22. Ontdekte mijn vader dat je de deur middels een knop zelf moest opendoen en dat er geen conducteur meer was. De kaartautomaat weigerde iedere dienst. Getergd begaf hij zich naar de bestuurder en beklaagde zich over gebrek aan service, de éénmansbediening en de defecte kaart ontwaarder. De bestuurder keek meewarig en stelde vast dat er geen vrije knip meer op de kaart zat en dat mijn vader dus geen stempel maar wel een nieuwe kaart kon krijgen.De terugweg was simpel denk je dan. Zeker na de harde leerschool van de heenweg.Daar kwam de gele Schindlertram van lijn 22 met het karakteristieke stofzuiger geluid aan. Mijn vader liep de midden weg op stak zijn hand uit en de tram reed met onverminderde snelheid door. De tram zal wel vol zijn dacht hij. Nadat nog een Allanstel van lijn 14 was gepasseerd kwam de volgende tram van lijn 22. Ook deze reed net als de derde gewoon voorbij. Giftig stapte hij naar de stoep. Wilde zijn ongenoegen delen met de andere mensen die gelaten bij de halte stonden te wachten. Plotseling viel zijn oog op de halte. Langzaam drong de tekst tot hem door: “Bushalte Citosa richting Bergschenhoek.” Achter hem stopte een bus. De passagiers stapte in. Mijn vader deed net of hij etalages keek en scharrelde richting halte lijn 22. Toen hij thuis kwam was hij die avond was hij ongenietbaar.

 

Een verhaal over mij zelf. Ik had gejokt

 

Mijn moeder kwam er altijd achter

 

Ik mocht als kind regelmatig een dagje trammen. Ik kreeg geld mee en ik mocht op het noordnet van de RET gaan waar ik wilde. Dat was leuk want er reden maar vier lijnen op zuid (2, 3,9 en 12), bovendien kwamen die ook nog eens alle 4 op het noordelijke deel van het lijnennet. Ik begon meestal op de Vlietlaan waar de lijnen 16, 17 en 22 voor bijkwamen. Een mooie rit was natuurlijk die van lijn 22, naar de Vierambachtsstraat, helemaal via Crooswijk, het oude Noorden, achterkant CS, Henegouwerlaan, 1e en 2e Middellanstraat. Daar kon je ook mooi overstappen op de witte of zwarte lijn vier die die in tegen gestelde richting van elkaar van en naar Schiedam reden over de Middelllandstraat, West Kruiskade, CS, Weena, Goudsesingel, Mariniersweg, Blaak, Witte de Withstraat, Nieuwe Binnenweg en dan de dijk op. De Allanstellen waren echte hardlopers. Ik ging altijd op het achterbank van de motorwagen zitten dan kon je mooi naar de koppeling kijken. De tramstellen danste gewoon over de rails. In de aanhangwagen stonk het altijd naar zware shag van de haven arbeiders die er toen nog waren en ook nog bovendien in de aanhangwagen mochten roken. Er hingen in de tram pamfletten dat Gods naam niet ijdel mocht worden gebruikt en dat spuwen verboden was, Dit laatste sloeg op pruim tabak.  Ik denk dat ik ook niet wist wat Gods naam ijdel gebruiken betekende. De conducteur was een fascinerende man hij had een pet scheef op het hoofd, vaak een hoornen bril en een rubber om zijn duim om de kaartjes goed te kunnen afscheren en zo niet per ongelijk 2 kaartjes voor de prijs van 1 weg te geven. Mijn kinderkaartje kostte 10 nl cent zeg maar 4 euro cent. Op een dag wilde ik weten waar lijn 2 heen reed. Ik wist dat het op zuid was. Mijn oma woonde op zuid en als we die weg brachten zag ik lijn 2 ook over de bruggen rijden. Lijn 2 had een geheimzinnig naam op de richtingsfilm....... Charlois.Sommige mensen zeiden Sjaaarloos of  Sjarlouis. en in mijn idee was dat heeeel ver weg. Hoe ver zou ik nooit weten. Ik zat bij die rit   de voorste bank van de aanhangwagen die achter de 301 vierasser werd voortgetrokken. Ik keek gefascineerd naar het schudden van de kont van de voorwagen. Bij het oprijden van de Maasbruggen klopte mijn hart in mijn keel. Ik wist dat de tram me over verboden gebied ging voeren. Hier mocht ik niet komen van mijn moeder. Ik besloot het dan ook niet te zeggen. Mijn moeder dacht altijd het ergste. Als je ver weg bent en er gebeurd een ongeluk.... Hoe kom je dan thuis. Zoiets kon gewoon niet gebeuren..... dacht ik. De tram reed via het Noorder Eiland, Oranjeboomstraat dieper het Zuidelijke stadsdeel in. Plotseling een enorme klap en de 301 reed linksaf waar de rails rechtdoor gingen, was weg. Met een doffe dreun stonden we stil. Ik zat als een zuignapje tegen de ruit aangeplakt.  Later bleek de 301 vol in de flank geraakt te zijn door een vrachtwagen. De motorwagen was door de klap uit de rails gereden.

Ik moest janken. Het tramverkeer lag stil. Ik was halverwege Charlois en ver van Noord. Ik wist niet hoe ik thuis kon komen. Een agent heeft me op een extra bus gezet en via het grote busstation aan de Jongkindstraat kwam ik met lijn 17 thuis. Daar moest ik nog steeds janken. Mijn moeder gaf me nog straf ook. Niet alleen onze lieve Heer zag alles maar mijn moeder kwam ook nog eens overal achter. Later dacht ik dat ze het ook wel geroken zou hebben. Mijn kleding stonk een uur in de wind naar sigarettenrook van de mannen in de aanhangwagen. Waarschijnlijk hebben tijdens de aanrijding vele mensen Gods naam ijdel gebruikt maar door de consternatie is mij dat geheel ontgaan.